Wiskunde in de kleuterklas: ook de spontane aandacht voor hoeveelheden speelt mee

 

Seppe wordt vijf jaar en trakteert op zelfgebakken koekjes. Nadat alle kleuters een koekje hebben gekregen, piept Lena stiekem in de doos en roept ze: “Juf! Er zijn nog drie koekjes over, mag ik nog eentje?”

Geweldig toch, hoe Lena spontaan opmerkt dat er nog exact drie koekjes over zijn. Maar welke rol speelt deze “spontane aandacht voor hoeveelheden” in de rekenontwikkeling van kleuters? Daar heb ik de voorbije jaren aan het Centrum voor Instructiepsychologie en -Technologie (KU Leuven) onderzoek naar gedaan. Wat blijkt? Kinderen die op jonge leeftijd meer spontaan hun aandacht focussen op hoeveelheden in alledaagse situaties, worden betere rekenaars in de lagere school.

Spontane aandacht voor hoeveelheden: wat is het en waarom is het belangrijk?

Bij wiskunde in de kleuterklas denken we onmiddellijk aan tel- en rekenactiviteiten waarbij de leerkracht wiskunde aanbrengt op een speelse, maar expliciete manier, zoals samen tellen hoeveel kleuters er in de kring zitten of samen op de kalender kijken welk “getalletje” we vandaag zijn.

Kleuters zijn daarnaast ook spontaan bezig met wiskunde, zo blijkt uit onderzoek. Ze focussen bijvoorbeeld spontaan hun aandacht op hoeveelheden in alledaagse situaties. Zo begint de ene kleuter tijdens een alledaagse voorleesactiviteit spontaan de varkens op de prent te tellen. Terwijl een andere kleuter spontaan geen aandacht besteedt aan hoeveelheden, maar wel aan andere aspecten van het verhaal (bv. de varkens die erg vuil zijn door in de modder te spelen).

De onderzoekers Hannula en Lehtinen (2005) stelden vast dat jonge kinderen sterk verschillen in de mate waarin ze spontaan aandacht besteden aan hoeveelheden in hun dagelijkse omgeving. Daarnaast vonden ze ook dat kinderen die dat meer deden op jonge leeftijd, betere rekenaars waren op het einde van de lagere school.

Hoe kunnen we dit laatste nu verklaren? Een mogelijke verklaring is dat kinderen die spontaan meer focussen op hoeveelheden in alledaagse situaties voor zichzelf meer kansen creëren om hun rekenvaardigheden uit te breiden en in te oefenen. Dit groter aanbod aan leer- en oefenkansen heeft dan weer een positieve invloed op de verdere rekenontwikkeling en zorgt ervoor dat deze kinderen later betere rekenaars worden.

Hoe kunnen we deze spontane aandacht voor hoeveelheden observeren bij kleuters?

Een eerste manier is om de speelgoedpapegaai Elsi in te zetten in een imitatietaak (zie Figuur 1). De onderzoeker steekt een aantal gekleurde bessen (bv. 2 rode en 1 blauwe bes) in de bek van de speelgoedpapegaai. Daarna vraagt de onderzoeker aan het kind om “exact hetzelfde te doen”. Wanneer het kind het correcte aantal bessen aan de papegaai voedert of ander numeriek gedrag (bv. spontaan telgedrag) vertoont, dan focust het kind spontaan op de hoeveelheden in de taak.

Elsi

Figuur 1. Speelgoedpapegaai Elsi in de Imitatietaak

In een andere taak toont de onderzoeker prenten aan het kind en vraagt hij bij elke prent: “Wat kan je zien op deze prent?” (zie Figuur 2). Wanneer het kind spontaan hoeveelheden benoemt of voorwerpen op de prent begint te tellen, dan focust het kind spontaan op de hoeveelheden in de prent (Rathé, Torbeyns, Hannula-Sormunen, De Smedt, & Verschaffel, 2016).

prent

Figuur 2. Voorbeeldprent in de prententaak

 

Spontane aandacht voor hoeveelheden tijdens het voorlezen van een prentenboek

In mijn onderzoek ben ik gaan kijken of kleuters ook spontaan focussen op hoeveelheden tijdens het lezen van een prentenboek. Tijdens een individuele voorleesactiviteit werden 65 kleuters van de tweede en derde kleuterklas uitgenodigd om te vertellen wat ze zagen op de prenten van een aangepaste versie van het prentenboek Boer Boris (zie Figuur 3, van Lieshout & Hopman, 2013).

We stelden vast dat de kleuters enorm verschilden in wat ze vertelden tijdens het voorlezen van het prentenboek. Sommige kleuters focusten bijvoorbeeld enkel op het verhaal en formuleerden geen enkele numerieke uiting. Andere kleuters besteedden spontaan wel aandacht aan hoeveelheden en telden bijvoorbeeld dieren of voorwerpen op de prenten. Daarnaast vonden we ook dat de kleuters die spontaan meer focusten op hoeveelheden in de Prententaak, ook meer spontane numerieke uitingen formuleerden tijdens het voorlezen van het prentenboek (Rathé, Torbeyns, De Smedt, Hannula-Sormunen, & Verschaffel, 2017).

boerBoris

Figuur 3. Voorbeeldprent uit de aangepaste versie van het prentenboek Boer Boris

 

Wat leren we hier nu uit?

Met dit blogbericht willen we (toekomstige) leraren, lerarenopleiders, onderzoekers en andere geïnteresseerden informeren over het bestaan en het belang van spontane aandacht voor hoeveelheden bij kleuters. Wiskundige initiatie is niet alleen een kwestie van wiskunde kennen en kunnen, ook spontaan aandacht besteden aan hoeveelheden blijkt een belangrijke bouwsteen te zijn. We lieten ook zien dat we deze spontane aandacht voor hoeveelheden kunnen nagaan in speelse en alledaagse situaties, zoals het voederen van dieren en het samen bekijken van prenten. Dit betekent dat ook leerkrachten dit spontane numerieke gedrag kunnen observeren en benutten in hun klaspraktijk. Of we deze spontane aandacht voor hoeveelheden kunnen stimuleren en of dit dan ook een positief effect heeft op de latere rekenontwikkeling, blijft voorlopig een interessante vraag voor verder onderzoek.

Hebben jullie deze spontane aandacht voor hoeveelheden al vaak geobserveerd in jullie eigen klaspraktijk? Benieuwd naar jullie ervaringen!

 

Sanne Rathé (doctoraatsonderzoeker aan het Centrum voor Instructiepsychologie en -Technologie, KU Leuven) in samenwerking met Prof. Dr. Lieven Verschaffel, Dr. Joke Torbeyns en Prof. Dr. Bert De Smedt

 

Meer lezen?

Meer informatie vind je in dit artikel, waar we een overzicht schetsen van wat er tot nu toe geweten is over spontane aandacht voor hoeveelheden bij kleuters, hoe we dit concept kunnen meten en wat de belangrijkste uitdagingen zijn voor toekomstig onderzoek.

Rathé, S., Torbeyns, J., Hannula-Sormunen, M. M., De Smedt, B., & Verschaffel, L. (2016). Spontaneous focusing on numerosity: A review of recent research. Mediterrean Journal for Research in Mathematics Education, 15, 1–25.

 

Referenties

Hannula, M. M., & Lehtinen, E. (2005). Spontaneous focusing on numerosity and mathematical skills of young children. Learning and Instruction, 15, 237–256. https://doi.org/10.1016/j.learninstruc.2005.04.005

Rathé, S., Torbeyns, J., De Smedt, B., Hannula-Sormunen, M. M., & Verschaffel, L. (2017). Verbal and action-based measures of kindergartners’ SFON and their associations with number-related utterances during picture book reading. British Journal of Educational Psychology.

Rathé, S., Torbeyns, J., Hannula-Sormunen, M. M., De Smedt, B., & Verschaffel, L. (2016). Spontaneous focusing on numerosity: A review of recent research. Mediterrean Journal for Research in Mathematics Education, 15, 1–25.

van Lieshout, T., & Hopman, P. (2013). Boer Boris. Haarlem, The Netherlands: Gottmer.

 

3 gedachtes over “Wiskunde in de kleuterklas: ook de spontane aandacht voor hoeveelheden speelt mee

  1. wie heeft voor mij een artikel / informatie over “Rekentaal”, de taal onder / in / bij rekenen ? dit in relatie tot kinderen met een TOS en rekenen. alvast dank voor de reacties.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.